Shopping Cart
Your Cart is Empty
Quantity:
Subtotal
Taxes
Shipping
Total
There was an error with PayPalClick here to try again
CelebrateThank you for your business!You should be receiving an order confirmation from Paypal shortly.Exit Shopping Cart

Over de Browndale methodiek

In 1966 gaf de Canadese kinderpsychiater John Brown de eerste aanzet tot therapeutische gezinshuizen voor kinderen met gedragsproblemen. Deen therapeutisch gezinshuis is een kleine woon-en leefeenheid voor hulp aan 6 kinderen tegelijk in de leeftijd 4-12jaar, vaak ernstig in hun ontwikkeling geremd door uiteenlopende omstandigheden. Het huis wordt geleid door 4 volwassenen en functioneert als een vervangend gezin. Verzorging, behandeling en opvoeding zijn volgens de Browndale-methode nauw met elkaar verweven in de begeleiding. Het doel van de opname is de kinderen een (nieuwe) evenwichtige balans te bieden voor hun verdere groei en ontwikkeling.

De basismethodiek is voor alle kinderen gelijk. Daarnaast wordt voor elk kind een specifieke aanpak ontwikkeld. Zo wordt geprobeerd de kinderen te laten ervaren wat een 'normaal' gezinsleven is en dat er volwassenen zijn die sterk betrokken en te vertrouwen zijn. Voor de externe contacten is er één aanspreekbare medewerker, deze wordt het gezinshoofd genoemd.


Het idee achter de Browndale-huizen is, dat kinderen via de opvoeding de vaardigheden voor samenwerken aanleren. Ze ontwikkelen hiermee de vaardigheden die ze nodig hebben in hun toekomst. (Vaak ging dit mis binnen het oorspronkelijk gezin om uiteenlopende redenen). Het Browndale-huis biedt de kinderen een warme, overzichtelijke omgeving en een opvoeding die berust op menselijke ervaringskennis. Door een zo normaal mogelijke woon- en leefsituatie voor de kinderen te creëren, stelt het Browndale-huis de kinderen in staat om het noodzakelijke leer-en ontwikkelingsproces door te maken. Routinehandelingen geven het dagelijks leven vorm. Een van de uitgangspunten van de Browndale-methode is dat elk kind recht heeft op onvoorwaardelijke zorg.


De Browndale-methode kent twee vormen van problematisch gedrag; Limits en Anchorpoints.

Onder limits wordt verstaan: Het overtreden van de uiterste grens. De grens is het in gevaar brengen van de eigen veiligheid, die van anderen en/of materieele schade. Over limits valt niet te onderhandelen. Na het geven van een duidelijk verbod gaat men over op het stoppen van het onveilige gedrag. Het kind wordt dan vastgepakt door de medewerker. Dit vasthouden is geen strafmaatregel maar zorgt ervoor dat het kind wordt beschermd tegen de gevolgen van zijn eigen woede, en heet een holding.


Bij een anchorpoint gaat het om 'onhandelbaar gedrag': het kind gedraagt zich problematisch. De medewerker geeft concreet aan welk gedrag hij ziet en wat hem niet bevalt. Daarná verwoordt de medewerker welk gedrag hij wel graag wil zien. Wanneer het gewenste gedrag niet zichtbaar wordt kán de medewerker ervoor kiezen om het kind tot een 'uitbarsting' te laten komen. De medewerker moet hierbij zelf inschatten hoe en waar dit het beste plaats kan vinden.